Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.

Mensen die zomervliegers oplaten als het ijzig wintert,
en die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken.

Die mensen moeten er zijn.

Er moeten mensen zijn die aan de uitgang van het kerkhof ijsjes verkopen,
en op de puinhopen mondharmonika spelen.

Er moeten mensen zijn, die op hun stoelen gaan staan, om sterren op te hangen in de mist.
Die lente maken van gevallen bladeren, en van gevallen schaduw, licht.

Er moeten mensen zijn, die ons verwarmen
en die in een wolkenloze hemel toch in de wolken zijn
zo hoog

ze springen touwtje
langs de regenboog als iemand heeft gezegd: kom maar in mijn armen

Bij dat soort mensen wil ik horen…

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

Er moeten mensen zijn die op het grijze asfalt
in grote witte letters LIEFDE verven
Mensen die namen kerven in een boom vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien naar het eerste lenteblauw omdat ze bang zijn
voor de bloemen en bang zijn voor:“ik hou van jou”

Ja, er moeten mensen zijn met tranen als zilveren kralen
die stralen in het donker en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten

Weet je, er moeten mensen zijn, die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen over iets wat barst van mooïgheid

Ze roepen van de daken dat er liefde is en wonder
als al die anderen schreeuwen: alles heeft geen zin”
dan blijven zij roepen:“neen, de wereld gaat niet onder”
en zij zien in ieder einde weer een nieuw begin

Zij zijn een beetje clown, eerst het hart en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu“i love you”in het zand
omdat ze zo gigantisch in het leven opgaan

en vallen en vallen en vallen   en OPSTAAN

 

Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

de muziek gaat DOOR

de muziek gaat DOOR

en DOOR…