Er was eens een man, Frank genaamd, Frank Mannens, die bij de gemeente werkte. Vijftien jaar lang kroop hij langs langzame hiërarchische wegen sport per sport hoger op de bureaucratische ladder van succes. Maar de laatste twee jaar knaagde er iets aan Frank . Is dit nu alles, dacht hij. Hij had wel aangename collega’s. Zijn werk was nuttig en zijn inkomen was best behoorlijk. Maar het leek of de dagen alsmaar langer duurden.

Frank was verantwoordelijk voor ‘ongewenste overlijdens’. In de grote gemeente waarvoor Frank werkte, leefden vele mensen een bestaan waarbij geen enkel ander mens dan henzelf een enkele gedachte aan hen wijdde. Vroeg of laat eindigden die levens in grenzeloze treurigheid en anonimiteit. Op het moment dat de politie weer een dergelijk treurig geval aantrof in staat van ontbinding op een onverschoond bed, ging bij Frank de telefoon. Frank ging aan de slag om de overledene een weliswaar eenvoudige maar toch menswaardige begrafenis te bezorgen. Zo hadden ze dat immers geregeld in zijn gemeente. Bij leven konden ze niet het welzijn van al hun burgers in de gaten houden en bijsturen. Ze hadden geen middelen om een dienst ‘Vriendschappelijke Zaken’ op te richten die ze konden inschakelen bij het signaleren van eenzame burgers die in bitterheid dreigden weg te glijden. Maar wanneer alle ellende achter de rug was en de strijd gestreden, dan zorgde de gemeente nog wel voor een aangenaam verrassingspakket in de vorm van een eenvoudige begrafenis met alles erop en eraan. Als een soort van presentje.

Frank wist niet hoeveel van dit soort uitvaarten hij al had geregeld in zijn carrière. Gaandeweg was het een routine kwestie geworden. Ze kenden Frank bij alle uitvaartcentra, kerken, begraafplaatsen.

Geen weg terug.

Misschien was het de dood van zijn eigen ouders die de onrust in Frank had wakker gekust. Op enkele jaren tijd was hij beide ouders verloren.

Vooral de dood van zijn moeder had toch als een soort van bevrijding gevoeld. Haar hele leven lang had zij geleid aan reuma en dat had ook zijn jeugd hogelijk beïnvloed. De reuma hing als een rouwdeken over zijn herinneringen. En zijn leven was al niet vrolijk begonnen. Toen Frank geboren werd, wilde hij niet ademhalen. Net zoals zijn broertje die precies een jaar daarvoor geboren was en gestorven zonder een enkele ademstoot. Een blauwe baby. Maar kleine Frank moest en zou ademen. Met een harde klap op zijn billen werden zijn longen dan niet goedschiks maar kwaadschiks gedwongen hun werk te doen. Frank had geleefd omdat zijn ouders dat wilden. Maar nu waren ze zelf dood. Een niet onaangename bijkomstigheid van hun sterven was het forse erfenisje dat ze aan hun enige zoon achterlieten. Plots stond er een mooi bedragje op de bankrekening van Frank die hem misschien het definitieve duwtje in de rug gaf om te kijken wat dat ongewilde leven nog meer te bieden had.

“Ik ga op reis,” had Frank gezegd tegen zijn baas.

“Dat lijkt mij een goed idee,” had zijn baas geantwoord, “Denk maar eens goed na op vakantie. Ik heb het gevoel dat je niet lekker in je vel zit.”

Dat had die baas nou niet moeten zeggen. Het gaf Frank een wrang gevoel in zijn maag, een onveilig voorgevoel van een onzekere toekomst.

Maar hij vertrok op vakantie. Hij vloog de grote oceaan over en sloeg zijn tenten op in Mount Shasta. Een prachtig natuurgebied in Amerika bij een feeërieke berg waarvan de bergstroompjes neer raasden in een azuurblauw meer. Daar vond hij een plek waar hij thuis kwam. Onder de veilige handen van Peter en Dana deLong  die daar een liefdevolle workshop gaven: Clarity Breathwork.. Elke dag leerde hij beter en beter ademen en het leek of zijn enge bestaan als ambtenaar langzaam maar zeker weg werd geademd en zich vermengde met de rook die om de top van de berg hing. Hij was trots toen hij in het ijskoude bergwater van het meer maar liefs dertig seconden onder water was gebleven en koesterde zich daarna in de hitte van de warme bron waar hij met onverminderd enthousiasme verder ademde. Toen hij uit de heetwaterbron stapte, zei hij tegen zijn Peter en Dana: “Hou me vast, want ik kan niet meer lopen. Het is net alsof ik opnieuw geboren ben.” Een geboorte waarbij hij dit keer wel wilde ademen. Met volle teugen zelfs.

Zijn al lang gerijpte voornemen werd plots glashelder. Hij zou nooit meer terug gaan naar de dienst Ongewenste Overlijdens. Hij moest weg. Er was geen weg terug.

Enkele dagen later was het zover. Hij zat tegenover zijn baas. De zenuwen gierden door zijn keel.

“En, hoe was je vakantie,” vroeg de baas.
“Geweldig,” antwoordde de man, “ik heb zo intens genoten.”
“Mooi,” kwam de baas ter zake, “en heb je nog nagedacht over wat ik je gezegd heb voor vertrek?”
“Ja,” aarzelde Frank . Dit was het moment van zijn waarheid. Hij ademde even diep in en uit zoals hij geleerd had en zei toen: “Ik stop met mijn werk hier.”
“Gefeliciteerd,” riep de baas tot zijn verbazing uit, “dat had je eerder moeten doen. Wanneer?”
“Nu meteen,” zei Frank vervuld van vertrouwen, “ik blijf hier geen seconde langer.”

Bevrijd stapte Frank naar buiten en keek nog even om naar het gebouw waar hij naar zijn gevoel vijftien jaar lang was opgesloten. De wereld lag voor hem open. Vanaf vandaag was hij ademtherapeut. Hij zou het geheim van Clarity Breathwork dat zijn leven had veranderd, delen met de burgers van zijn gemeente. Hij zou zich niet langer op de dood maar op de geboorte richten. De hergeboorte. Hij zou ruimte creëren in die hoofden die vooroverbogen van onvervulde dromen en vastgeroest gedrag dat hun potentieel belemmerde.

Met zijn erfenisje kon hij het een tijdje uitzingen. Zijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Frank maakte foldertjes, ontwierp een website en plaatste advertenties. Tegen iedereen die het horen wilde, vertelde hij dat ze bij hem terecht konden voor een levensveranderende ervaring. Laat ze maar komen, dacht hij. Maar het bleef lang stil.

De Verhalenverteller.

Tien maanden geleden was het nu dat hij het roer had omgegooid en in die tijd had hij drie cliënten over de vloer gekregen. Hoewel er een licht gevoel van onrust in hem leefde, stelden zijn Amerikaanse coaches hem gerust in hun maandelijkse telefoontjes waarin ze hem begeleiden. “Je doet het goed,” zeiden ze, “het lukt je wel. Wat je nu moet doen, is artikelen schrijven over je werk. Je moet zorgen dat je publiceert over je activiteiten.”

Ja, had Frank in eerste instantie gedacht toen hij de telefoon had neergelegd, om meteen daarna te verzuchten, maar hoe? Hij kende niemand bij bladen. Hoe zou hij in ’s hemelsnaam een artikel kunnen publiceren? In Amerika was dat allemaal een stuk gemakkelijker, maar in Nederland? Toen gebeurde er een wondertje. Toen hij zijn email checkte, stond er een berichtje van een man die voor Koorddanser schreef en hem vroeg of hij mocht schrijven over zijn ademsessies. Hij mailde meteen terug dat de man als geroepen kwam.

Hij ruimde zijn appartement op, ontstak sfeervolle kaarsjes en legde de matras met een vers gesteven laken al klaar in de woonkamer. De verhalenschrijver was precies op tijd en informeerde belangstellend naar het levenspad van de man. Vol vuur vertelde Frank in geuren en kleuren zijn wonderlijke levensloop en hoe het ademen zijn bestaan had verruimd. Buiten viel de sneeuw met dikke vlokken naar beneden terwijl de verhalenverteller op het matras lag. Ook de verhalenverteller had zijn leven enige tijd geleden omgegooid. De verhalenverteller was een verhaal op het spoor gekomen dat zich niet in de enkele pagina’s die hij toegemeten kreeg in zijn blad paste. Het was een fantastisch, omvangrijk verhaal waarvan het snel duidelijk werd dat het een boek was. Het verhaal liet hem niet los. Dit verhaal was een verhaal dat hij de wereld moest vertellen. De verhalenverteller verloor zijn interesse in alle andere werkzaamheden die hij al jarenlang ondernam om zichzelf en zijn gezin te onderhouden. Hij nam de beslissing om zich met niets anders meer dan met dit verhaal bezig te houden. Hij genoot met volle teugen en in zijn overmoed liet hij de eerste hoofdstukken in het Engels vertalen en stuurde ze op naar Amerikaanse literaire agenten. Hij was zelfs niet eens echt verbaasd dat hij enthousiaste respons kreeg en binnen de kortste keren tussen een handvol agenten kon kiezen. Hij koos natuurlijk voor de meest enthousiaste, een vrouw uit Boston die al menig bestseller aan uitgeverijen had verkocht. Binnen een week was hij de trotse bezitter van een gehandtekend contract. Nu was het alleen nog maar een kwestie van wachten op de uitgevers die tegen elkaar zouden opbieden om het boek te mogen uitgeven. Maar dat viel tegen. De uitgevers deelden weliswaar het enthousiasme voor het idee van het boek maar ze vonden het nog niet sterk genoeg. Het moest herschreven worden. Dit was een dreun in het gezicht van de verhalenverteller die verlangde naar de publicatie van zijn boek.

Hij vertelde dit verhaal terwijl hij op het matrasje bij Frank lag die hem rustig begeleid had in het hoog ademen in zijn borst. De verhalenverteller had er een droge keel van gekregen wat hem het spreken bemoeilijkte maar toch had hij vanuit een diepe rust zijn verhaal bij Frank neergelegd.

“Vind je het boek zelf mooi,” had Frank gevraagd.
“Ja, ik vind het heel mooi,” had de verhalenverteller geantwoord.
“Dan zegt mijn intuïtie dat je het niet moet herschrijven,” had Frank hem gezegd.
“Ja, maar ik wil dat het in Amerika wordt uitgegeven,” legde de verhalenverteller geduldig uit.
“Geef het in Europa uit,” repliceerde Frank .
“Dat kan altijd nog, maar ik ga nu voor Amerika,” zei de verhalenverteller lichtjes geïrriteerd.

Frank hield echter voet bij stuk. “Ik heb geleerd dat je goed bent zoals je bent. Dat wil ik jou meegeven. Dat je vanuit ontspannenheid het boek maakt dat jij wilt maken. Even ademde je heel rustig, dat was heel mooi om te zien, zo zou je moeten schrijven.”

De verhalenverteller keek hem kritisch aan. “Jij bent innerlijk veranderd door je ademwerk,” zei hij toen, “en bent een ander mens geworden. Dat is mooi. Maar is je wereld ook veranderd? Ik bedoel, als je werkelijk iemand anders bent nu je jouw hart volgt, dan moet zich dat toch ook materialiseren? Dan moet je nu toch ook stilaan een bloeiende praktijk hebben? Of werkt Clarity Breathwork zo niet? Je zei dat wij mensen vast zitten in beperkende gedachten. Maar je gelooft zelf dat je zo weinig klanten hebt omdat je niet bekend bent. Is dat dan geen beperkende gedachte? Dat je jezelf ervan overtuigd; ik ben niet bekend, dus daarom loopt mijn praktijk nog niet?”

Frank keek hem met grote verbaasde ogen aan. “Dankjewel,” zei hij, “misschien heb je wel gelijk. Misschien is dat wel de reden dat het nog niet loopt, zoals ik wil dat het loopt.”

En zo scheidden de wegen zich van de man en de verhalenverteller. Allebei joegen ze hun droom achterna. De ene dacht voor de andere te weten wat hij moest doen. Maar beiden sloten ze zich op in de toren van hun eigen gelijk. Maar wat ze gemeenschappelijk hadden, was dat ze elkaar hun droom gunden. Ze wisten dat ze beide dwazen waren die hielden van een spelletje poker waarbij ze hun hele bestaan verpanden.

Diezelfde avond werd er nog druk naar Amerika gebeld. “Zie je wel dat je goed bezig bent,” zei Frank ’s coach toen die hem vertelde dat er een artikel over hem gepubliceerd zou worden. “Ik kan nauwelijks wachten om je nieuwe materiaal te lezen,” zei de agente van de Verhalenverteller toen die hem zijn aanpassingen uitlegde. En zo gingen beiden slapen met hun Amerikaanse droom haarscherp op het netvlies.

Door Geert Kimpen. Gepubliceerd in Koorddanser / april 2005.
(kijk voor meer artikelen van Geert Kimpen op de website www.pannebakker-kimpen.nl  )